Blog: #NoHellhole, het Brussel van Marc Didden en Sven Gatz

Portret Tom Van Bogaert
Collega Tom Van Bogaert blogt als nieuwe Brusselaar over zijn favoriete stad. Dit keer over Marc Didden, Sven Gatz en hun passie voor onze hoofdstad.

Toen Marc Didden twee jaar was, verhuisde zijn gezin uit het Limburgse Hamont naar Brussel. Zijn vader ging er aan Thurn en Taxis werken als inspecteur voor de accijnzen. Zijn moeder was er niet rouwig om en sprak de legendarische woorden: “We zijn eindelijk weg uit dat strontgat.” Door het lot gedropt in de grootstad maakten de Diddens er het beste van en ze gingen op ontdekking. De zoon is er gebleven en woont al decennia lang in de Dansaertwijk, in de jaren tachtig een verloederde buurt en nu een waar paradijs voor shoppers en café- en restaurantbezoekers.

marc-didden.jpg

Ville secrète

Sven Gatz is geboren en getogen in Molenbeek, tussen Zwarte Vijvers en de spoorlijn van Ossegem. Zijn moeder had Frans als moedertaal, maar hij werd opgevoed in het Algemeen Nederlands. Zijn hele leven heeft zich afgespeeld “in de veilige omtrek van de Basiliek van Koekelberg”. Jette is zijn thuis. “Ik zou nergens anders willen wonen, al heb ik best sympathie voor Gent en Aalst.” Brussel heeft hij zien veranderen in een stad van minderheden, een superdiverse samenleving waarin Belgo-Belgen maar een derde van de bevolking uitmaken.

Didden vindt dat Vlamingen en Walen hun koudwatervrees moeten overwinnen en de hoofdstad moeten verkennen. Groot-Brussel is meer dan dat “ongelooflijk vervelende Manneken Pis”. Hij raadt aan om er een citytrip van te maken en in verschillende buurten rond te wandelen. Bijvoorbeeld Flagey en Ter Kamerenbos. “Brussel is een groene stad en bestaat uit een hoop dorpen waar telkens een andere sfeer hangt en een nieuwe wereld opengaat. Het is een ville secrète, waar je moeite voor moet doen.”

blog_tom_sven_gatz.jpg

Geuze

De tijd is ook voorbij dat je als Nederlandstalige gestigmatiseerd wordt, vindt Didden. Je moet enkel openstaan voor andere talen, want zoals zijn vriend Josse De Pauw zegt: “Brussel is de enige stad in de wereld waar je niet weet in welke taal je iemand moet aanspreken.” Na de aanslagen sloten de Brusselaars spontaan een verbond met elkaar en waren de mensen opvallend vriendelijk voor elkaar. Bij een Portugees in Elsene kreeg hij een bord soep aangeboden.

Gatz wil als Vlaams minister voor Cultuur, Jeugd, Media en Brussel het samenwerkingsfederalisme doen werken en de segmentering opzij schuiven. In zijn visie op de stad gelooft hij in gedeeld burgerschap en samenleven op wijkniveau. Hij beseft dat Brussel zijn goede en slechte kanten heeft en dat het erop aankomt om te connecteren met stadsbewoners. Als bierliefhebber en oud-directeur van de Unie van de Belgische Brouwers vergelijkt hij de stad graag met karaktervolle oude geuze. “Om ervan te kunnen genieten, heb je een voortraject nodig, maar je wordt er rijkelijk voor beloond.”

Deze blog verscheen eerder op Brusselblogt.be

Reactie toevoegen

Uw bericht wordt door onze redactie bekeken voor het op de site wordt geplaatst

Anonieme reacties worden niet gepubliceerd. We behouden het recht om lange reacties in te korten.