Column: Wat ik wel en niet zal missen

Maarten De Gendt (Foto: Lieven Van Assche)

Begin september wuifde de redactie van 13 redacteur Maarten De Gendt uit. Hij ruilde na twaalf jaar zijn job bij de centrale communicatiedienst in Brussel in voor een functie bij de Stad Gent. Op zijn persoonlijke blog somt Maarten op wat hij allemaal zal missen op zijn nieuwe stek, en wat zeker niet. Een selectie.

 

Dingen die ik zeker zal missen:

 

1. Het mooiste uitzicht over Gent

Toch wel erg dat ik, nu ik voor Stad Gent werk, het mooiste uitzicht over diezelfde stad vaarwel moet zeggen. Mijn standplaats was weliswaar Brussel, maar ongeveer één keer per week bleef ik in Gent telewerken, in het Virginie Lovelinggebouw - door Vlaamse ambtenaren heel onpoëtisch het VAC Gent genoemd. De hoogste kantoortoren van Gent. En ik ging er (bijna) elke vrijdag wel even tot de 21e verdieping, om te genieten van het spectaculaire uitzicht. Daar gaan die zielige tien verdiepingskes van mijn nieuwe werkplek niet tegenop kunnen. Zeker weten.

 

2. Werken in alle vrijheid

Bij de Vlaamse overheid had ik niet te klagen. Telewerken, prikklokvrij werken, zelfsturend werken, ik ben een van de zeldzame gelukkigen die dat allemaal al in de praktijk mochten toepassen. Een mix die mij heel goed ligt, die intussen heel natuurlijk aanvoelt. Dat moet ik nu weer een stukje afleren. ‘Je zal opnieuw moeten prikken, je aan stamtijden houden, je verantwoorden tegenover een hiërarchische baas’, zo waarschuwde een toekomstige stadscollega me. ‘Bereid je maar voor op een schok.’ Eh, oké dan.

 

3. Werken in een koffiebar

In de inkomhal van het Boudewijngebouw  hebben de facilitaire collega’s eind vorig jaar een eigen koffiebar geopend. ’s Ochtends een cappuccino halen voor je je laptop opendoet, in de voormiddag een informele meeting houden bij een tas koffie, in de namiddag een tekst afwerken bij een chai latte … Heerlijk!

Voor de critici: het is zeker geen follieke. De koffiebar is er gekomen om een andere vorm van netwerken mogelijk te maken. Informeel, ontspannen en ongedwongen. Een beetje zoals de rokersruimtes vroeger, maar dan toegankelijk voor iedereen en zonder risico op longkanker. Ik ben onvoorwaardelijk fan!

 

Dingen die ik zeker niet zal missen:

 

1. Treinreizen

Je kunt van die dagelijkse treinritten wel momenten van concentratie en rust maken, zoals ik al die jaren probeerde te doen. Maar weegt dat uiteindelijk op tegen de dagelijkse haast en pendelstress, om je trein dan toch net te missen, om die eerste vergadering van de dag dan toch net te missen, om het sluitingsuur van de nabewaking op de school dan toch net te missen?

Mijn nieuwe job is op goed 10 minuten fietsen van mijn huis. Ik win bijna twee uur pendeltijd per dag (méér dan twee uur als je al die treinvertragingen meetelt). Ik kan nu mijn zoon naar school brengen, op tijd op het werk toekomen, een volledige werkdag volmaken én vóór sluitingstijd terug aan de schoolpoort staan. Zonder pendelstress. Dat is goud waard.

 

2. Twaalf jaar besparingen

Toen ik bij de Vlaamse overheid in dienst trad, waren de vette jaren van Paars net voorbij. Yves Leterme was net minister-president geworden, en dat werd tijdens mijn eerste weken pijnlijk duidelijk. Bam! Wervingsstop. Bam! Bevriezing van alle kredieten. Bam! Schrappen van alle communicatiecampagnes. Dat was het startschot voor 12 jaar besparingsmaatregelen, over verschillende regeringen heen. And counting.

Er waren wel eens opflakkeringen. Toen ons land het voorzitterschap van de EU mocht opnemen, bijvoorbeeld, of toen het intussen alweer stilletjes afgevoerde plan Vlaanderen in Actie werd gelanceerd, was er plots wel geld voor aanwervingen en projecten allerhande. Maar voor de rest was er één constante: steeds weer moest er méér bespaard worden.

Na 12 jaar begint het te wegen, zo’n klimaat van besparingen. Na 12 jaar wil je wel eens werken voor een organisatie die wel nog in zichzelf gelooft … 

 

3. Bazen die jou overbodig vinden

En na 12 jaar wil ik ook wel eens werken voor een organisatie die mij niet overbodig vindt. Na 12 jaar was ik het beu dat de politieke bazen voortdurend de boodschap uitdragen dat er te veel ambtenaren zijn. Na 12 jaar was ik het beu om te horen dat we verspilling en ‘overheidsbeslag’ zijn, beu om te leren dat ze zoveel collega’s overbodig vinden.

Begrijp me niet verkeerd: als je financiën er slecht aan toe zijn, kun je niet onder besparingen uit. Ook op personeel. Daar krijgt elke overheid vroeg of laat mee te maken. Stad Gent ook, heb ik intussen begrepen. Maar als Stad Gent bespaart, is dat uit financiële noodzaak. Tot er weer genoeg geld is om opnieuw personeel te werven.

Bij de Vlaamse overheid daarentegen is besparen geen kwestie van financiële noodzaak, wel van ideologie.

Tien procent minder koppen, is het huidige adagium. Zonder te specificeren wààr die koppen precies moeten rollen – dat moet de administratie zelf maar uitmaken.

Of de overheid efficiënter werkt of niet, of ze haar taken goed uitvoert of niet, of de burger beter geholpen is of niet, of ze minder geld uitgeeft of niet, dat is allemaal van geen belang. Er telt maar één ding: tien percent minder ‘koppen’. Om politiek te scoren bij een achterban die er blijkbaar van overtuigd is dat de enige goede ambtenaar een ontslagen ambtenaar is.

Reactie toevoegen

Uw bericht wordt door onze redactie bekeken voor het op de site wordt geplaatst

Anonieme reacties worden niet gepubliceerd. We behouden het recht om lange reacties in te korten.